Heb je dat begrepen!

Traditionele opvattingen over communicatie gingen uit van eenrichtingsverkeer. Het gezag sprak, het volk luisterde. Dat gezag was bijvoorbeeld de overheid, maar ook de vader, de leraar, de politieagent. In deze tijd is communiceren meer tweerichtingsverkeer. Dat geldt ook op de werkvloer, in theorie althans.

Als een ouderwetse chef een ondergeschikte de mantel uitveegde, kon hij zijn tirade besluiten met: “Heb je dat begrepen!” Een soort vraag, maar met een uitroepteken erachter, omdat slechts één antwoord mogelijk was: “Ja meneer.”

Zo’n directieve manier van communiceren kan nog steeds weleens nuttig zijn als iemand de ernst van een situatie niet doorheeft. Maar in de moderne tijd zou iedereen moeten weten dat die vráág er ook wezenlijk toe kan doen. Daar hoort dan een vraagteken bij, een signaal dat er ook oprecht geluisterd zal worden.

Het goed formuleren van een boodschap is één, belangrijker nog is de vraag of hij ook goed is ontvangen. Als iets niet begrepen is, ligt dat vaker aan de zender dan aan de ontvanger. Daarom zal een goede communicator checken of de essentie van het verhaal is blijven hangen. Een gelukzalige glimlach bij zijn publiek is nog geen garantie dat de spreker heeft bereikt wat hij wilde. Een paar goede open vragen kunnen helder maken of de missie van de boodschapper is geslaagd.

Een paar voorbeelden van zulke vragen:

  • – Aan wie ga je morgen mijn verhaal doorvertellen?
  • – Kun je mijn boodschap samenvatten in een halve minuut?
  • – Welke frase zal je het langst bijblijven?

Voor zulke vragen is best een beetje moed nodig. Snap je!